Eind jaren zestig gold Parijs als de ‘place-to-be’, de revolutionaire hoofdstad van Europa met haar rokerige cafés, de studentenopstand, kunstenaars en modewereld. Qua voetbal was het maar behelpen met alleen degradatiekandidaat Red Star in de hoogste klasse. Tweevoudig Europa Cupfinalist Stade Reims week ooit voor grote duels uit naar het Parc des Princes, maar na de uitschakeling door Feijenoord in maart 1963 verdween die club van het internationale toneel.

Pas in maart 1969 keerde de Europa Cup terug in Parijs als lokatie voor het beslissingsduel in de kwartfinale tussen Ajax en Benfica. De UEFA koos voor de Franse hoofdstad vanwege het grote aantal Portugese gastarbeiders. De wedstrijd leefde echter vooral in Nederland. Volgens schattingen reisden zo’n veertig duizend Ajax-supporters naar Parijs.

https://www.youtube.com/watch?v=axcfuD5GJ28

De UEFA koos niet voor het Parc des Princes, maar voor het grotere Stade des Colombes. Dat was nauwelijks in gebruik, maar had wel historie. In 1924 bezochten vijfenveertigduizend toeschouwers daar de openingsceremonie en diverse wedstrijden van de Olympisch Spelen. Veertien jaar later ging de capaciteit voor het wereldkampioenschap voetbal omhoog naar zestigduizend. Die kwamen wel kijken naar de WK-kwartfinale tussen Italië en Frankrijk, maar bij de finale tussen Italië en Hongarije bleef het stadion voor een kwart leeg. Italië won met 4-2.

Met haar sintelbaan en de hoge capaciteit was Les Colombes niet geschikt voor de Parijse tweede en derdedivisionisten, maar wel voor de Franse bekerfinale. Na een uitstapje van drie jaar naar het Parc des Prince was de eindstrijd in 1968 teruggekeerd op deze historische lokatie.

Toen zat het maar half vol, maar voor Ajax-Benfica was de belangstelling overweldigend. Een bestuurslid van Ajax kocht in Parijs zelfs duizenden kaarten op de zwarte markt om aan de massale vraag te kunnen beantwoorden. In het stadion kunnen op 5 maart nooit veel Parijzenaren gezeten hebben.

Na de toewijzing door de UEFA had gemeentepersoneel uit de voorstad veertien dagen om het veld speelklaar en de tribunes schoon te krijgen. ”Warm water is er wel”, zei de stadiondirecteur tegen Ajax-voorzitter Jaap van Praag bij zijn inspectie van de minimaal ingerichte kleedkamers de dag voor de wedstrijd. Die vond het Stade ‘oud, maar keurig schoongemaakt’. De voorzitter vreesde voor een bestorming van het veld bij ieder Ajax-doelpunt bij het bekijken van de afrastering.

Om drie uur was de aftrap, pas na vijven viel de beslissing. Na saaie negentig minuten sloeg Ajax in de verlenging meedogenloos toe: 3-0. Voetbalminnend Nederland stond op zijn kop. Met 63.638 toeschouwers bleef dit duel lange tijd de best bezochte voetbalwedstrijd in Frankrijk tot de opening van het Stade de France voor het WK 1998.  

In 1971 veroverde Stade Rennes in het stadion nog de beker op Olympique Lyon, waarna de finale voorgoed verhuisde naar het Parc des Princes, tevens de thuishaven van het nieuwe Paris St.-Germain. Voetbal verliet daarmee Stade des Colombes wat sindsdien is omgebouwd tot een atletiekstadion en omgedoopt tot Stade Olympique Yves-du-Manoir, een verongelukte rugbyspeler.

Laat een Reactie achter